Geschreven door: Sietske Roorda

Duur: 60 minuten

De 15 flats van Molenwijk torenen hoog uit boven de piepkleine huisjes van Tuindorp Oostzaan. Het verschil tussen het in de jaren ’20 ontwikkelde kneuterige tuindorp en de in de jaren ’60 gebouwde moderne flats kan haast niet groter. Ondanks het moderne karakter van de architectuur, verwijst het woningplan van architect K. Geerts voor Molenwijk toch op diverse manieren naar het landelijke Holland.

Ten eerste dankt de buurt haar naam aan de plaatsing van de flats. Als je van bovenaf kijkt, lijken de flats samen namelijk op de wieken van een molen. Daarnaast is elke flat vernoemd naar een type molen, zoals Bovenkruier, Grondzeiler en Tsjaker. Verder is Molenwijk omringd door een opgehoogde weg, wat benadrukt dat je in Polder Oostzaan bent, omringd door dijken. Dit geeft het gevoel dat je je middenin een kleine enclave bevindt, met zijn eigen basisschool, bibliotheek en winkelcentrum. Met een auto kun je Molenwijk niet inrijden, die moet je achterlaten bij de parkeergarages. Hierdoor kom je tussen de flatgebouwen alleen wandelaars en fietsers tegen. In deze oase van groen kun je de vogels ’s ochtends horen fluiten. De kunstwerken in Molenwijk die opgenomen zijn in deze kunstroute, kenmerken zich door de referenties naar de buurt waarin ze zich bevinden, of het nu gaat om molens, de wind, de vogels of de diversiteit aan bewoners.

Ook laten de kunstwerken in Molenwijk zich kenmerken door speelsheid, wat contrasteert met de strakke flatgebouwen van de oude nieuwbouwwijk. Het woningplan is gestoeld op dezelfde architectonische principes als de Bijlmermeer. De wijk wordt dan ook ‘de Bijlmer in het klein’ genoemd. De 1256 appartementen hebben een oppervlakte van gemiddeld 95 m2, waardoor ze erg in trek waren bij jonge gezinnen toen ze in 1968 werden opgeleverd. Er woonden ook veel intellectuelen, hierdoor stond er zelfs één flat in de volksmond bekend als ‘de onderwijzersflat’. De meeste kunstwerken die in Molenwijk te vinden zijn, stammen ook uit deze periode.

Later kreeg Molenwijk, terecht of niet, het imago van een verloederde buurt. Bewoners voelden zich onveilig, zoals blijkt uit de gemeentelijke veiligheidsindex van 2016, hoewel dit niet in de verhouding stond met de criminaliteit die er daadwerkelijk was. Inmiddels is het tij aan het keren en is de buurt opgeknapt, mede door meer recente kunstwerken die geplaatst zijn. Zo zijn overal in de buurt de kunstverkeersborden van Molenwijker Henk Veen te vinden. Daarnaast is er de muurschildering van het kunstenaarsduo Karski and Beyond in de parkeergarage van de flat Rosmolen. Tenslotte opende het tentoonstellingscentrum Framer Framed in 2018 Werkplaats Molenwijk. Deze plek functioneert als een residency voor kunstenaars, een tentoonstellingsruimte en een buurtcentrum. Het vormt tevens het startpunt van deze route, die leidt langs leeglopende ballonnen, geestige verkeersborden en een paar echte ‘woezels’.

 

Framer Framed in de Molenwijk – door Chris Keulemans

Het is een onwaarschijnlijk plan. En dapper. En logisch.

Op het eerste gezicht liggen Framer Framed en de Molenwijk in alle opzichten ver van elkaar weg. De Molenwijk is het prototype van de oude nieuwbouwwijk. Framer Framed is een platform voor beeldende kunst in de eredivisie van Nederland. De Molenwijk ligt in een stille uithoek van Noord, vlakbij de A10. Framer Framed is gevestigd in de Tolhuistuin, aan de booming Noordelijke IJ-oever. Framer Framed is genomineerd voor de Amsterdamprijs. In de Molenwijk staan een paar vergeten kunstwerken in het gras tussen de flatgebouwen. Framer Framed stelt vanaf 2009 de positie van transculturele kunst in Nederlandse kunstinstellingen ter discussie en geeft zelf het goede voorbeeld. De Molenwijk is vanaf 1968 een buurt die een omgekeerde gentrificatie meemaakt: de eerste bewoners werden streng gescreend op werk, inkomen, kerk en vakbond; later trokken er steeds meer gezinnen met lagere inkomens naartoe. Framer Framed wil collectief cureren. In de Molenwijk weten veel mensen niet meer wat het is om elkaar op de galerij te groeten. En toch.

Bekijk je de Molenwijk vanuit een helicopter of drone, dan is het een parel van modernistische architectuur in het groen. De flatgebouwen staan kruislings met hun wieken tussen de bomen. De fiets- en wandelpaden slalommen er omheen. Het winkelcentrum, met de bibliotheek en de vernieuwde Zeeman, heeft een opknapbeurt gehad en voelt nu stads en dorps tegelijk. Het is een wijk met ambitie – en al is die ambitie versleten, voelbaar is ze nog steeds. Tuindorp Oostzaan is vlakbij, net als de NDSM en de pont naar de stad, maar tegelijk is het een wereld op zichzelf. Met oude en jonge wereldburgers: Gerrit en Shaniqua, Mihai en Annie. Er is alleen, door planningsfouten en bezuinigingen, nauwelijks een publieke ontmoetingsruimte voor al die wereldburgers te ontdekken. Behalve dat winkelcentrum. En de Molenwijkkamer. Daar is, in een comfortabel ingericht zaaltje onder parkeergarage Paltrok, elke dag wat te doen: naailessen, Soep en Taal, kookclubs en samen eten.

En nu komt Framer Framed een kunstplek openen in de ruime, lichte studio ernaast. Lange tijd was dit het atelier van beeldhouwster Hanna Mobach. Nu stelt woningcorporatie de Alliantie de ruimte beschikbaar aan Framer Framed. Die trekken er vanaf september 2018 in. En de eerste tentoonstelling 50 jaar Molenwijk gaat natuurlijk, in dit 50ste jubileumjaar, over de Molenwijk zelf.

Voor initiatiefnemers Cas Bool, Josien Pieterse en Minouche Wardenaar is dit een logische stap. Toen Bool en Pieterse Framer Framed openden in de Tolhuistuin, in 2014, dachten ze in de culturele periferie terecht te komen. Precies wat ze wilden: ergens tussen de mensen die wel en niet aan kunst gewend zijn in. Maar al snel bleek de IJ-oever zo populair dat ze hetzelfde publiek trokken als in het centrum. Terwijl ze juist zichzelf en hun kunstenaars en hun bezoekers uit de bubbel van het dominante kunstcircuit wilden trekken. Dan is het aanlokkelijk om ook in de Molenwijk te beginnen. Het is een canvas. Er zijn personages. Er zijn vergezichten. Er is een oppervlakte en er zijn diepe lagen. Maar een kunstwerk is het nog niet. De compositie is nog niet af. Daarvoor is het oog van de curator nodig, die een compositie weet samen te stellen van al die elementen. Beter gezegd: curatoren. Framer Framed zelf, gastkunstenaars – en natuurlijk de Molenwijkers.

Ter voorbereiding is Framer Framed niet over één nacht ijs gegaan. Twee keer hebben ze een lichting studenten gevraagd om op onderzoek te gaan naar hoe de Molenwijkers hun buurt ervaren en wat ze er aan kunst zouden willen zien. Afgelopen winter trokken studenten van de master sociologie, onder leiding van Adeola Anigbokan, door de buurt. In mei en juni was het de beurt aan studenten van de minor Publiek en Media aan de Reinwardt Academie, binnen de module participeren van Marjelle van Hoorn. Allemaal hebben ze rondgelopen tussen de mooie en de afgetakelde flatgebouwen, in het winkelcentrum gehangen, mensen thuis gesproken of in het park, kinderen en bewoners van het eerste uur, nieuwe en oude medewerkers van stadsdeel en woningcorporaties.

De jonge sociologen komen tot een helder advies: als je hier iets nieuws wil beginnen, zoals Framer Framed, dan moet je echt iedereen betrekken. Want er zijn achter die deuren en tussen die bomen zoveel verschillende stemmen, stemmen die elkaar veel minder goed verstaan dan de bewoners van weleer, deze buurt bestaat uit zoveel uiteenlopende en niet op elkaar aangesloten verhalen, dat de rijkdom voor het opscheppen ligt als je die bij elkaar brengt. En dan wel met speciale aandacht voor de opgroeiende jongens, want voor hen is hier veel te weinig te doen, en voor de opgroeiende meisjes, die veel te vaak onzichtbaar blijven in de publieke ruimte.

De studenten van de Reinwardt Academie, die mensen opleidt om met een nieuwe blik te kijken naar erfgoed en museologie, namen hun module participeren letterlijk. Zij waren het die participeerden. Ze moesten onderzoeken hoe je de Molenwijkers zou kunnen betrekken bij de nieuwe kunstruimte, maar kregen vooral zelf het ene na het andere lesje Molenwijk. Ze waren zich ervan bewust niet meer dan bezoekers te zijn. Ze stuitten op een wijk die buitenstaanders op het eerste gezicht weinig te bieden heeft. Een bolwerk waar je niet binnenkomt als je codes niet kent. En toch hechten mensen zich eraan. Ze voelen zich er thuis. Ze klagen en hebben heimwee naar hoe het hier vroeger was – twee vormen van luxe die alleen de bewoner zelf zich kan permitteren, de bezoeker niet. Dus de studenten begonnen verlegen, maar werden op hun gemak gesteld door de bierdrinker op het parkbankje, de gepensioneerde beheerder, de kinderen op het schoolplein, de studenten die hier al wonen in ruil voor gemeenschapsdiensten.

En nu staat Framer Framed voor een keuze. Hoe gaan ze al die verschillende verhalen laten klinken? Hoe componeren ze een kunstwerk van alle elementen die er al zijn: gaat dat de werkelijkheid reflecteren of gaat het die overstijgen? Vijftig jaar Bijlmer wordt in 2018 op allerlei manieren herdacht. De utopie, de Surinaamse golf na de onafhankelijkheid, de kloof tussen gebouwde en geleefde werkelijkheid, de vliegramp, de donkere jaren, de transformatie. Daar ligt het drama voor het oprapen. En de Molenwijk? Die raakt alleen maar heel langzaam steeds verder vervuild, zucht een oude bewoner in een van de studentengesprekken. In de Molenwijk is het drama traag en zijn de momenten van warmte zeldzaam maar nooit ver weg.

De keuze van Framer Framed gaat tussen het inzoomen op kleine tekens van verval of schoonheid – en het uitvergroten van mensenlevens op de vierkante centimeter tot universele proporties. In de exposities die ze tot nu toe hebben gepresenteerd zijn beide voorgekomen: kunstenaars van over de hele wereld hebben gerangeerd tussen intieme familiegeschiedenissen en onrecht dat de hele wereld toeschreeuwt. Tot nu toe waren dat de keuzes van een kunstplatform in de eredivisie, kunstenaars van formaat en curatoren met een nieuwsgierig makende staat van dienst. In de Molenwijk wil Framer Framed een stap verder zetten. Cas, Josien, Minouche en de anderen zijn van plan een kunstpraktijk te bouwen die de wereld weerspiegelt waarin ze willen leven: een wereld van collectieve verantwoordelijkheid, waarin aandacht belangrijker is dan geld, met oog voor geschiedenissen die eerder niet verteld mochten worden, met de ambitie om ruimte te bieden aan iedere stem die het verdient gehoord te worden. Vertaald naar de Molenwijk betekent dat: een kunstruimte van iedereen, gemaakt door mensen die in elkaars verhalen niet voorkomen en toch gezamenlijk, een ruimte waar de timmerman en de kunstenaar en de bezoeker elkaar serieus nemen en bereid zijn elkaars rol over te nemen. Het moet de ruimte worden van een gemeenschap, op een plek die zijn gemeenschapszin aan het zoeken is. De Molenwijk is een wereld op zichzelf. Een wereld die soms vergeet dat ze er best mag wezen. Nu krijgt ze er een plek bij waar ze zichzelf kan laten zien.

Nieuwsbrief